Wim T. Schippers, Meester van het magistrale misverstand

Wim T. zelf

‘Ik pieker er niet over!’ Dat was het antwoord van Wim T. Schippers toen de ambtenaar van de burgerlijke stand hem vroeg of hij, (omdat één van de getuigen bij mijn huwelijk met Liet Lenshoek door de politie staande was gehouden wegens het niet dragen van een veiligheidsriem), of hij, de ontwerper van de ‘Wim T Schippers zaal’ iets wilde vertellen over deze fameuze plek, dat zou wel zo aardig zijn, vindt u ook niet?

‘Nee hoor, ik pieker er niet over!’ zei Wim, één oog wat toegeknepen, een smalende glimlach om de scheve mond. Om vervolgens alle aanwezigen bijna twintig minuten lang te vermaken met allerlei faits divers over hoe hij op het idee was gekomen van de buigbare zuil, de op zijn kop hangende schemerlamp en vooral – o briljant – het plateau waarop de gehuwden zèlf ronddraaien, zodat de fotografen gewoon op hun plek kunnen blijven. De trouwzaal waar we ons met z’n allen bevonden, was kortom geen trouwzaal, maar een kunstwerk.

De paradox van Wim T. werd daar in één moment gevangen, zijn virtuoze monoloog was honderd procent een Schippers-scène. Provocerend èn crowdpleasing, stekelig en uiterst vriendelijk. De twinkelende ogen van Wim als hij van wal stak, zoals hij vaak deed in café de Smoeshaan of andere plekken die hij frequenteerde.

Je was dan zogenaamd wel gesprekspartner als hij opkeek van zijn krant en opende met een scherp ‘Zeg..’, maar je hoefde alleen maar te knikken of ‘ja…’ te zeggen om Schippers door te laten stomen. Op die momenten leek het alsof je in de strip Sjef van Oekel gevangen zat:

OBER: Kan ik u helpen? SJEF: Ja, een andere ober graag.

Wim was een grootmeester van taal, iemand die een zin kon laten ontsporen als een trein die een wissel mist. Getuige ook dit citaat uit het tv-spel ‘Grote genade’ (1976):

‘Zo blijf je aan de gang. Kogelvrije ramen en dito vesten, perendrups, doorgesleten zolen, lelijke muziek, pingpongballen met appelmoes en Dixieland, kaas aan je achterspatbord, loonspiraal en spritskoeken…’

Schippers was uiterst secuur op de vertolking van zijn woorden. Dat merkte ik toen ik als achttienjarige de rol van agent kreeg, die in het fameuze Willy Dobbe plantsoen de exhibitionist (Pollo Hamburger) moest aanhouden en in latere rollen als ober Ronald Stevens (alias Evert van der Schagt) in ‘Plafond over de vloer’. Vaak kreeg ik de tekst pas vlak van tevoren, ook langere monologen, maar elke woord moest precies zo worden uitgesproken, elke komma en klemtoon kloppend.

En ik snapte dat. Er zit een jazz-achtig ritme in Schippers’ taal, iets waar veel betere – beter gezegd èchte – acteurs als Dick van den Toorn, Truus Dekker en Kenneth Herdigein ook echt schwung aan kunnen geven.

 

 

In Wims teksten hoor je dat hij tevens trompettist was (en de zanger Harko Wind die expres plat vertaalde songs bracht als ‘Jij kan rinkelen mijn bel’ van de Pointer Sisters). Als scenarist en toneelschrijver reikt Wims invloed ver. In zijn stukken en tv-werk laat Schippers zien dat we beter niet op woorden kunnen vertrouwen om elkaar iets duidelijk te maken. Hij is de meester van het magistrale misverstand.

Kijk naar zijn meesterwerk ‘Wuivend graan’ (2007), waarin het de geleerde Henrik van Woerdekom (Titus Muizelaar) onmogelijk wordt gemaakt het woord te nemen voor zijn lezing over ‘Ethiek in het licht der evolutie’, onder andere door een overambitieuze inleider (Kees Hulst), die zichzelf stukken interessanter vindt dan deze hoofdattractie. Wim was er overigens zeer trots op dat dit stuk eenheid van tijd, plaats en handeling bevatte. Je reinste Racine.

Opnieuw onttakeling dus, een lachspiegelversie van de werkelijkheid, net als in ‘Going to the dogs’ (1986), waarin niet de optredende herdershonden maar het betalende publiek de hoofdrol vertolkte; zoals in de titel al wordt gesteld; wie is er zo gek om naar honden te gaan kijken?

 

kunstwerk Wim T. Schippers, collectie Duyns -Lenshoek

 

Waar Wim was, heerste uiterst precies georkestreerde chaos. We hebben altijd contact gehouden, ook nadat hij me niet meer vroeg voor rollen omdat ik ‘die leuke loensende oogopslag’ kwijt was. Toen Schippers schreef aan ‘We zijn weer thuis’ (1989), zijn naar voorbeeld van de Amerikaanse sitcom gevormde reeks, met een fantastisch ensemble en als altijd samen met onmisbare co-regisseur en levenspartner Ellen Jens, vertelde hij me vaak over zijn wens om een soort ‘writersroom’ op te richten en daar mocht ik dan ook deel van uitmaken.

Maar ik wist destijds al dit het nooit zo ver zou komen. Daarvoor was Wim te zeer een individualist, ondanks al zijn samenwerkingen met andere makers. Zijn woorden bleven zìjn woorden, daar had niemand iets aan kunnen toevoegen. Of aftrekken.

Wim T. Schippers heeft een unieke bijdrage aan het ‘ludieke’ gevoel van Nederland geleverd, met zijn teksten, met zijn vertolking van Ernie in ‘Sesamstraat’, met zijn beeldende kunst die van grote klasse is (prima de luxe), met al zijn nieuwe woorden en met de invloed die hij als taal-bevrijder en anarchist op veel volgende generaties heeft gehad.

 

Geschreven voor https://www.theaterkrant.nl/

 

Toegift: uit Plot magazine

BIJ WIM T (EN ELLEN J) OP TV

Scene 1

INT. MIDDELBARE SCHOOL HUIZEN, MEDIO JAREN TACHTIG. DAG

Ik ben 17 en word uit mijn les aardrijkskunde gehaald omdat er voor mij gebeld is, iemand van de VPRO of zo. In de hal beneden bel ik het nummer dat ik op een papiertje heb gekregen. Ik krijg Wim T. Schippers aan de lijn (of Ellen Jens, maar laten we voor deze gelegenheid zeggen dat het Wim was).

WIM
Hallo Don.

JONGE DON
Oh eh… (kuch) Hallo Wim. Ik eh…

WIM
Ja begin nou niet meteen een heel verhaal. Jij speelt toch toneel?

JONGE DON
Ja ik ben gek van toneel.

WIM
O is dat het.

JONGE DON
Ik vind Shakespeare echt…

WIM
Niet meteen over Shakespeare beginnen zeg! Luister, kun jij morgen een agent van politie komen spelen in het Willy Dobbe Plantsoen? Ik heb een heel jong agentje nodig.

DON
Nou, dat komt goed uit want ik ben…

WIM
Mooi, dat is dan prima de luxe geregeld. Tot morgen.

DON
Ik… Wat?

Tuut – tuut.

Er is opgehangen door de man die ik – via mijn bij de VPRO werkende vader Cherry – van een afstandje ken en van wiens werk ik een enorme bewonderaar ben. De taal en de gekte van Wim sijpelt via programma’s als ‘Waldolala’, ‘Het is weer zo laat’ en ‘Van Oekels Discohoek’ door in mìjn taal. En ook ik zal mijn leven lang zoeken naar het absurde in het alledaagse of andersom, maar dat weet ik dan nog niet.

Nu ben ik gebeld of ik in ‘Op zoek naar Yolanda’ wil spelen en hoewel ik formeel geen ja heb gezegd, ben ik meteen in een jubelstemming: ik, de (dan nog) verlegen adolescent in het Willy Dobbe plantsoen. En: een dag vrij van school.

CUT TO

Scene 2

INT. STUDIO 1, WILLY DOBBE PLANTSOEN. DAG

De volgende dag. Daar sta ik, met blozende wangen, in die in Nederland wereldberoemde set. De struikjes, het bankje met graffiti, het geschilderde achterdoek en vooral het naambordje, ik kan niet geloven dat ik hier werkelijk ben; in mijn wat te ruime politiepak onder de hete studiolampen.

In het borstzakje van mijn uniform zit een notitieblokje (want ik moet een arrestatie verrichten) en ik trek mijn politiepet tot diep over mijn ogen, dat lijkt me echter. Een kleine man beent resoluut op me af.

HENK PAL
Dat moet je zo niet doen jongen.

Verbaasd kijk ik naar beneden, naar de man in pak voor me, Cees Schouwenaar, alias Henk Pal, één van die mensen die min of meer in het wild zijn ontdekt door Wim en Ellen en die mee zijn gegroeid met hun ensemble van paradijsvogels, beroepsacteurs (zelfs Ko van Dijk deed ooit mee) en laten we zeggen amateur-artiesten met branie. Cees blijft me aankijken, met die gouden blik van ‘m.

 

JONGE DON

Wat moet ik niet doen meneer?

 

HENK PAL

Die pet zo ver over je ogen trekken. Dan ziet niemand je porum op tv. Hier…

 

Staand op zijn tenen lukt het Schouwenaar/ Pal om mijn pet een slag omhoog te tikken. Later, als deze aflevering met de titel ‘Op zoek naar Grace’, wordt uitgezonden, zal ik zien dat hij gelijk had. Het is een goede les; dingen hoeven hier niet echt te zijn; het gaat bij tv om goed bedrog. Achter mij zie ik een man met een mooie kuif in een beige regenjas aankomen. Het is Pollo Hamburger, in de rol van Potloodventer. Onder zijn jas zie ik sokken en nette schoenen, maar geen broek.

 

POLLO HAMBURGER

[vriendelijk]

Hallo, ik ben Pollo.

 

Hij is de man die ik moet arresteren. Wim komt naast me staan en geeft wat razendsnelle regieaanwijzingen, die ik in mijn paniek meteen grotendeels vergeet. De tekst heb ik met mijn dan nog jonge geest de dag ervoor perfect en tot op de letter geleerd, want dat had ik van anderen gehoord: Schippers accepteert geen afwijkingen van wat hij heeft opgeschreven. Dit is je tekst en die doe je, compleet met juiste intonatie en klemtòòn. Ellen, zijn co-regisseur, producent en partner, komt mij nog even een knuffel geven en dan begint het. Jezus, zenuwen. Kut, dit kan ik niet. Kan ik nog vervangen worden, kan ik hier nog weg?

 

OPNAMELEIDER TED DELLEN

Klaar voor opname? Stilte graag! En actie!

 

De poltloodventer begint welluidend te zingen, met een gitaar die hij blijkbaar bij zich had. Het is een tegelijk smartelijk als hilarisch lied, bewijs dat achter Wims zogenaamd ‘platte humor’  altijd een schrijnende onderlaag verborgen zit; een existentiële eenzaamheid die bij tijd en wijle haast filosofisch is. Zoals later ook in theaterstukken als ‘Wuivend graan’ zichtbaar zal worden: Wim is een denker, een kunstenaar, een maker die je blik telkens doet kantelen; of het nou op tv is, in het theater of via een pindakaasvloer.

 

POTLOODVENTER

(begeleid door muziek van Clous van Mechelen)

Ze noemen mij een potloodventer

Een vreemde vuile viezerik

Het is een lust en een last en je bent er

Zomaar niet mee klaar dat verzeker ik je maar

Ik kan het doodgewoon niet laten

Het is voor mij de allergrootste kick

En het is lekkerder naarmate

Ze harder schrikken van mijn blote pik.

 

En dat ‘pik’ zingt hij met een ijl stijgende stem. Ergens achter in de studio zie ik Wim zich verkneukelen. Dan is het mijn beurt. Met de moed der jeugdige wanhoop stap ik naar voren, intussen frummelend in mijn borstzakje om mijn notitieblokje te pakken, iets dat ik tientallen keren heb geoefend. Want dat is het tweede dat ik leer (na de pet): je moet je zaken praktisch voor elkaar hebben.

(Later, in ‘Plafond over de vloer’, zal dezelfde Cees Schouwenaar me leren hoe ik drie borden tegelijk op mijn linkerarm kan dragen, terwijl ik tegelijk met de rechterhand uitserveer. Ik ben dan gepromoveerd tot ober Ronald Stevens – alias Evert van der Schagt – en bedien dan Kenneth Herdigein (Rik Rollinga) en Mimi Kok (de onvergetelijke Gé Braadslee). Maar dat is een ander verhaal.)

De potloodventer toont zijn potlood aan de verzamelde voorbijgangers in het Willy Dobbe plantsoen en ik stap op hem af. Ik probeer de Schipperiaanse woorden er zo strak mogelijk uit te krijgen. Dat ik er vrolijk bij loens zal ik later pas op tv terugzien.

 

POTLOODVENTER

Ja arresteer me maar!

 

JONGE DON/ AGENT VAN POLITIE

Nee meneer, ik neem u niet mee. Ik geef u gewoon een fikse bekeuring. Het is alhier verboden om in het openbaar zonder muziekvergunning te musiceren.

 

Potloodventer Pollo kijkt me ongelovig aan. Maar of het is om mijn opmerkelijk stijve acteerprestatie of vanuit zijn rol als verbolgen exhibitionist, is me niet helemaal helder. Na afloop is Wim dik tevreden en Ellen ook. Ondanks mijn aanvankelijke zenuwen denk ik: dit wil ik vaker doen. Ik wil op deze set zijn, met deze geweldige acteurs en de warme ploeg mensen eromheen, van grime tot kostuum. Als het aan mij ligt, doe ik dit elke week.

 

SCENE 3

INT. CAFE IN BUSSUM, 1987. NACHT

 

Dertig jaar daarvoor. Zo vaak ga ik niet uit en van tv word ik nooit herkend, maar deze avond gebeurt het wel. Een stel halfdronken jongens hijst mij op de bar.

 

DRONKEN JONGELUI

Jij bent die ober! Van Wim T Schippers! Doe ’s die mop.

 

JONGE DON

Welke mop?

 

DRONKEN JONGELUI

Gewoon, die mop die je op tv deed!

 

JONGE DON

Jongens, sorry hoor, ik heb niet zo’n zin om…

 

DRONKEN JONGELUI

Doe de mop!

 

LEUK MEISJE

Ja, doe niet zo flauw.

 

Ik besef dat ik me niet kan verzetten en maak de schunnige gebaren die ik in ‘Plafond over de vloer’ van Wim moest doen. Het is of ik aan de borsten van een vrouw zit en daarna aan haar poes.

 

JONGE DON

Wat is dit? Nou? Niemand? [stilte] Ik sta onder de douche, draai aan de koudwater- en de warmwater-kraan en voel of de temperatuur naar m’n zin is.

 

Homerisch gelach, hoewel ze de grap al kenden natuurlijk. Ik mag van de bar af en verlaat snel het café. Mijn vijftien minuutjes roem bestaan uit het navertellen van een schunnige mop, een terugkerend verschijnsel overigens in het werk van Schippers.

 

Scene 4

INT. STEDELIJK MUSEUM, 2026. DAG

 

Wim T Schippers is overleden, een aantal maanden na zijn geliefde Ellen Jens. Wim’s laatste kunstwerk wordt onthuld, door een museumdirecteur met een dikke zwarte bril. Het is een haast Schipperiaans personage. Ik praat met acteur Dick van den Toorn over zijn jaren bij Wim en Ellen.

 

DICK VAN DEN TOORN

Het was een geweldige tijd! De opnames waren in Studio 1. Die programma’s hadden toen 2,6 miljoen kijkers! Dus er was volop geld. Wim kon in die studio allemaal verschillende sets laten bouwen: Boy Bensdorps cafetaria, het Willy Dobbe plantsoen, de huiskamer van Rein Schaambergen, restaurant de Gekgeworden Bever, etecetera. En alle acteurs waren er elke dag! Dan schreef Wim ’s ochtends pas de nieuwe tekst en deelde die uit aan de acteurs die nodig waren voor die scènes. Later werd het natuurlijk allemaal wat minder, maar toen…

 

DON

Sst, ze gaan het kunstwerk onthullen.

 

TITUS MUIZELAAR

Dit is Wims laatste werk, getiteld ‘Wim is weg’. Een tafeltje, een kopje koffie, een verfkwast in een potje en zijn schoenen in het zand. Kun jij de eerste voetstap in het zand zetten, Rein?

 

De museumdirecteur zet de eerste stap in het zand. Later blijkt dat een andere kunstenaar, Peter Zegveld, ook al in dat zand had gestaan. Wim had zulks kostelijk gevonden.

 

Scene 5

EXT. WERKKAMER AMSTERDAM-WEST. DAG

 

Ik typ deze woorden over de dagen waarin het absurdisme according to Wim koning was op de Nederlandse televisie. Programma’s waarin mensen in al hun kleine grootsheid werden getoond, waarin een lookalike koningin Juliana spruitjes zat te schillen (tot grote volkswoede), waarin popartiesten als Donna Summer in volslagen chaos tot achtergrondpersonages werden gereduceerd door types als Sjef van Oekel en Evert van der Pik.

Tv-shows waarin letterlijk en figuurlijk muren werden doorbroken, waarin ‘artistieke naaktdans’ de preutsheid van de jaren vijftig verdreef, waarin Boy Bensdorp in zijn cafetaria elk gerecht tot z’n smerigste essentie wist terug te brengen, waarin Van Oekel kotst in een fietstas. Ontregeling als principe nummer één, anarchie als leidende dramaturgie. En elke handeling, elke zin, elk gebaar, was zorgvuldig gepland. Wim en Ellen (en in het begin wat anderen) bliezen vrijmoedig en onbevreesd het muffe stof van de Nederlandse tv.

 

En ik besef dat ik ze mis, zo enorm mis; de uitzendingen, maar vooral de mensen. Wim en Ellen waren niet alleen geweldige televisiemakers; ze waren ook ontzettend sympathiek. Ze kwamen naar premières van hun geliefde acteurs, naar boekpresentaties etc. En altijd was er die geïnteresseerde, bijna vogel-achtige schuine blik van Wim en de warme glimlach van Ellen. De laatste keer dat ik ze zag, was er net een overzichtsbundel met mijn toneelteksten verschenen. Wim kwam een boek kopen en ik signeerde het.

 

WIM

Zo jongen. Wat heb je nou weer allemaal bij elkaar geschreven?

 

OUDERE DON

Ja, het ging min of meer vanzelf.

 

WIM

Dat zal wel, of niet natuurlijk. Zeg het is allemaal heel aardig, maar wij gaan maar weer ‘s.

 

ELLEN

Dag Don.

 

Ik krijg een kus van Ellen en een schalkse glimlach van Wim en zo zie ik ze weglopen, de kleine zaal van Bellevue uit. Twee slanke verschijningen op leeftijd. Het is of de tijd bevriest, of de andere mensen in de ruimte in slow-motion bewegen. Ik wil nog iets roepen, ze bedanken voor alles, maar mijn stem blijft steken in mijn keel. Het is de laatste keer dat ik ze zie.

 

Wim is weg.

 

Helaas.

 

Beter gezegd: jammer, maar helaas.

 

Leuke lamp, overigens.

 

Don Duyns

 

 

 

 

 

Wim T. als Jaques Plafond

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *